Algemeen


Sedert 1 april 2014 zijn er 9 Rechtbanken van koophandel, al dan niet met diverse afdelingen

Vanaf 1 november 2018 worden zij Rechtbanken in ondernemingszaken. 

De geschillen die de rechtbank in ondernemingszaken behandelt, staan vermeld in het Gerechtelijk Wetboek (artikel 573 tot en met 577 Ger. W.).

Het betreft onder meer in eerste aanleg commerciële geschillen, uitspraken van faillissementen en vorderingen en geschillen die daaruit ontstaan en conflicten tussen aandeelhouders van een vennootschap.

Daarnaast heeft elke rechtbank in ondernemingszaken een (of meerdere) kamers voor ondernemingen in moeilijkheden (KOIM) , wier voornaamste taak het is om ondernemingen in moeilijkheden op te sporen, deze bewust maken van de toestand en ertoe aanzetten adequaat te reageren met het oog op hun herstel en behoud.

Net als de arbeidsrechtbank bestaan de kamers in deze rechtbank uit (minstens) een beroepsmagistraat en verschillende 'consulaire' rechters (rechters in ondernemingszaken) die uit het bedrijfsleven komen en benoemd worden door de Koning.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door leden van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg. Wie niet akkoord gaat met het vonnis van de rechtbank  kan hoger beroep instellen bij het hof van beroep (behalve in zaken die al een hoger beroep zijn tegen een vonnis bij de vrederechter).