De zetelende rechter


De Zetelende Rechter

De rechter in handelszaken komt voor het eerst in contact met het procesrecht wanneer hij deel uitmaakt van “de zetel”, die bestaat uit een beroepsmagistraat die de zetel voorzit, bijgestaan door twee Rechters in handelszaken

De eerste zitting die de rechter in handelszaken zal bijwonen zal de inleidende zitting zijn, die over het algemeen door de voorzitter of ondervoorzitter van de Rechtbank wordt voorgezeten. Op deze zitting worden de nieuwe dossiers ingeleid, en de zaken waarin slechts korte debatten nodig zijn, behandeld. De zaken waarin partijen en/of de rechtbank een uitgebreide discussie voorzien, waarbij door ieder van de partijen verschillende besluiten (ook conclusies genaamd) worden neergelegd, worden naar de bijzondere rol van een specifieke kamer gestuurd.

Een rechtbank bestaat dus uit een inleidingskamer en meerdere andere kamers. De kamer wordt voorgezeten door een kamervoorzitter, dit is een professionele magistraat of een plaatsvervangend rechter (advocaat met ervaring), bijgestaan door twee rechters in handelszaken. Iedere kamer heeft een zekere specialiteit, zoals vervoersrecht, aanneming, bouwrecht, internationale verkopen, aardappelkweekcontracten, handelsvertegenwoordiging en alleenverkooprechten. De indeling gebeurt minstens naargelang het om gewone pleitzaken te behandelen door de zetel met de beroepsrechter gaat of om zaken waarbij het advies van het openbaar ministerie vereist is, te behandelen door de zetel met de voorzitter.

Dit is, voor wat de rechtbank van koophandel betreft, alles wat faillissement en gerechtelijke reorganisatie aangaat. De Griffie stelt, in samenspraak met de Voorzitter van de rechtbank en de Voorzitter in handelszaken, de dienstregeling vast, zodat de –niet-professionele- Rechter in Handelszaken geruime tijd vooraf weet wanneer hij dient te zetelen. Indien hij, door onvoorziene omstandigheden, niet kan zetelen, verwittigt hij hiervan tijdig de Griffie. De Rechter in Handelszaken neemt vooraf kennis van de Rol, zodat hij aan de Voorzitter van de Zetel kan mededelen of hij wel degelijk, onpartijdig, in een zaak kan zetelen ( bijvoorbeeld indien er bloed-aanverwantschap is of een relatie als kennis, buur of vriend bestaat met één der partijen ). In voorkomend geval dient hij zich te laten vervangen door een collega. Indien geen collega aanwezig is, kan de Voorzitter van de zetel een advocaat van de Balie, die minstens 30 jaar oud is, aanwijzen om te zetelen. Het binnen- en buitengaan van de Zittingszaal gebeurt in een protocolaire volgorde: Eerst de Voorzitter van de Zetel, gevolgd (indien aanwezig) door de vertegenwoordiger van het openbaar Ministerie (substituut van de Procureur), vervolgens de Voorzitter in Handelszaken indien hij zitting heeft, nadien de rechter in handelszaken die het ambt het langst beoefent, gevolgd door de tweede rechter, en tenslotte de griffier. De Voorzitter van de Zetel neemt plaats in het midden met aan zijn rechterzijde de langst benoemde rechter of, bij aanwezigheid, de voorzitter in handelszaken. Links zetelt dan de tweede rechter. Op de kop rechts neemt het Openbaar Ministerie plaats (“staande” magistratuur ), op de kop links de Griffier. Tijdens de zitting wordt geen enkel blijk van goed- of afkeuring gegeven ten aanzien van de partijen. Wanneer een rechter in handelszaken een vraag wenst te stellen of verduidelijking wenst vanwege een der partijen, overlegt hij eerst over de relevantie en de opportuniteit van de vraag bij de Voorzitter van de kamer.

Het Beraad

Na de pleidooien beveelt de Voorzitter de sluiting van de debatten . Na de sluiting van de debatten is de behandeling definitief gedaan. Er kunnen door de partijen geen nieuwe argumenten meer worden naar voor gebracht, behoudens na eventuele ontdekking van nieuwe feiten en nieuwe stukken. In dergelijk geval dient in de periode tussen de zitting en het vonnis, dit is in principe één maand, een verzoekschrift tot heropening van de debatten worden neergelegd. Na de sluiting van de debatten wordt de zaak in beraad gehouden om vonnis uit te spreken. Alle rechters die aan de (geheime!) beraadslaging deelnemen, moeten de behandeling hebben bijgewoond. Elke rechter dient zijn mening te geven, beginnende met de jongste en eindigend met de voorzitter. De beslissing wordt genomen met meerderheid van stemmen. Het beraad dient te gebeuren buiten de aanwezigheid van de procureur of andere derden. De beraadslaging is niet openbaar. Derden mogen hierbij niet aanwezig zijn, enkel de kamervoorzitter en de beide rechters in handelszaken. De bereikte meerderheid mag in het vonnis niet worden vermeld.

Het Vonnis

Elk vonnis bevat een aantal gebruikelijke onderdelen: de identificatie van de partijen en procesgegevens, het overwegend gedeelte, het beschikkend gedeelte, de handtekening van rechters en griffier. Het belangrijkste kenmerken van elk vonnis is evenwel de motivering. De rechtbank toont hiermee aan zorgvuldig en rationeel te zijn geweest en laat de partijen te weten op welke feiten en rechtsgronden werd geoordeeld. Volgens vaststaande rechtspraak van het Hof van Cassatie is de motiveringsverplichting een formele procesverplichting. Het niet-motiveren is op zich al voldoende opdat het het Hof van Cassatie een vonnis of arrest -dat een probleem nochtans correct oplost- zal verbreken. De uitspraak moet gebeuren binnen een maand na het sluiten van de debatten, of na advies van het openbaar ministerie; zo niet wordt de oorzaak van de vertraging op het zittingsblad vermeld (art. 770 Ger. W.) Indien er geen uitspraak volgt binnen de maand worden de voorzitter en de procureur des Konings hiervan op de hoogte gebracht. Indien het langer dan drie maand duurt alvorens het vonnis wordt uitgesproken, wordt door de betrokken rechter samen met de voorzitter naar een oplossing gezocht om hieraan te verhelpen Binnen de acht dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier, bij gewone brief, een niet-ondertekend afschrift van het vonnis aan elke partij, of in voorkomend geval, aan hun advocaten (art. 792 Ger. W.).